Alle Negen

Ja, woensdag 15 april 2026 was het weer zover! De spuitgasten van kegelclub Alle Negen uit Doesburg rukten met man en macht uit voor een bezoek aan het Brandweermuseum in Borculo. De animo was enorm alsof het een burgerplicht was om deze klus gezamenlijk te blussen.

In het oude schoolgebouw liepen we als een lopend vuurtje achter onze rondleider aan op weg naar (klas)lokaal 1. Wat hebben de mensen uit die tijd moeten afzien: eerst moest je het vuur uit je sloffen lopen om de brandhaard te vinden om daarna alle spierkracht aan wenden om de brand meester te worden. Ook als je thuis op hete kolen zat moest je je melden want de kantjes eraf lopen was er niet bij, zelfs niet als je een gloeiende hekel aan de mensen had van wie het huis in brand stond. Maar we dwalen af en ik had beloofd om de lezer het vuur aan de schenen te leggen.

Ons bezoek aan het Brandweermuseum voelde alsof we een tijdreis maakten door de geschiedenis van de brandbestrijding. We ontdekten al snel een reeks bijzondere historische hulpmiddelen zoals een pomp gebouwd op een kruiwagen en handbediende pompen die vroeger door hele teams werden getrokken en bediend. Ook de verzameling leren emmers, stortzakken en emmerspuiten geeft een goed beeld van de tijd waarin brandbestrijding nog vooral draaide om snelheid, samenwerking en improvisatie.

Van het ene lokaal lopend naar het andere lokaal worden we bijgepraat door sommige leden van Alle Negen die als volleerde ex-spuitgasten van de brandweer Doesburg, een aanvullende duit in het zakje doen. Ook zie ik een paar leden op de gang staan en vraag of ze door de (brand)meester uit het (klas)lokaal zijn gestuurd? Maar nee, ze zijn op zoek naar het toilet! Gelukkig maar! Een ander opvallend object is de fraaie stoomspuit, die prachtig laat zien hoe de techniek zich in de 19e en vroege 20e eeuw ontwikkelde.

Wat het museum extra bijzonder maakt, is dat veel van deze objecten afkomstig zijn uit spontane giften en bruiklenen van korpsen en particulieren uit heel Nederland, en zelfs daarbuiten. Het voelt daardoor alsof je door een zorgvuldig bewaard collectief geheugen loopt. Ondertussen doet de rondleider zijn uiterste best om interessant te blijven en in eerste instantie lukt dat ook, maar bij (klas)lokaal 3 begint bijna iedereen aan zijn eigen excursie door het museum.

 Maar uiteindelijk vinden we elkaar weer terug en worden we laaiend enthousiast bij de verschijning van twee absolute pronkstukken van het museum: de Ahrens Fox uit 1927 en de Seagrave uit 1917. Deze imposante Amerikaanse brandweerwagens, volledig rijklaar gemaakt door vrijwilligers, vormen het hart van de collectie en trekken meteen de aandacht met hun glimmende rode lak, grote slangen en karakteristieke vormgeving. Tussen de voertuigen vonden we bovendien een indrukwekkende Mercedes-manschappenwagen uit de jaren dertig, een robuust voertuig dat ooit hele teams brandweerlieden naar brandhaarden vervoerde.

Tot slot nodigt de rondleider ons uit om het Stormrampenmuseum te bezoeken. In een speciale dome kan iedereen de ramp herbeleven die in 1925 door Borculo raasde. In dat jaar werd Borculo getroffen door een cycloon, volgens sommigen zelfs een tornado, die in een paar minuten vrijwel het hele stadje in puin veranderde. In beeld, geluid en effecten konden we voelen hoe overweldigend de storm moet zijn geweest. Je zou er brandend maagzuur van krijgen!

Maar de excursie was pas af nadat de feestcommissie ons had uitgenodigd om ook het belendende pand nat te gaan houden. En onder het genot van koffie, gebak en een drankje werd het brandend maagzuur weer geblust. Ik zie al een paar appjes binnenkomen die de feestcommissie bedanken voor deze gezellige, leuke en leerzame middag.

Martin van Rooijen (tekst) en Frans Vierveijzer (foto's)